is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neertellen voor het binden van een boek in octavo. In den regel echter kan de Chinees alles.

§1043. Gaan wij nu de afzonderlijke burgerbedrijven na, dan valt wel allereerst het oog op de tappers.

Het aantal kroegen, kenbaar aan eene tinnen of aarden kan of den groenen wijnkrans als uithangteeken, was im OudBatavia legio. Reeds in 1620 werd daarop eene bedrijfsbelasting gesteld en uit den allereersten tijd dateert ook eene bepaling, dat kroegschulden niet vervolgbaar waren. Aan slaven mocht niet worden getapt, aan soldaten niet na 5 uur 's avonds en wanneer om 9 uur de klok luidde, moesten al dergelijke gelegenheden worden gesloten evenals ook gedurende kerktijd. Men schonk er behalve Spaanschen wijn ook tjioe of arak, saki (Japanschen brandewijn), toewak (het gegiste bloemkolfsap van den klapperboom), kilang (een „seer feilen dranck", uit de gisting van suiker met allerlei specerijen) en zetbier (kleinbier of suikerbier, een gistingsproduct van goela djawa met tamarinde en citroen), zeer ongezonde zoopjes, vooral wanneer de Chineesche kroegbaas den smaak versterkte met een bijtend aftreksel van zeekwallen *). De menschen konden van zulk goedje volkomen razend worden en het oude voorschrift, om bij het binnenkomen van de kroeg, J\et mes af te leggen, is zeer begrijpelijk. Bovendien trad de kroegbaas vaak op als heler van gestolen goed en was damesbediening niet onbekend. Onschuldiger waren de Chineesche theehuizen en de allegaarkeukens of ordinarissen (§ 671), waar de „worstboer" voor een paar stuivers opschafte. Logies vond de mindere man bij commensalenhouders, volkshouders of slaapbazen, ellendige gelegenheden, waar echter ook vreemdelingen vaak hun intrek moesten nemen,- als zij niet bij bekenden konden logeeren en toch de kosten wilden sparen van een gehuurd huis en eigen inrichting, want kamers verhuren deed niemand. Had men het ongeluk bij den slaapbaas te overlijden, dan was meteen het goed gevlogen,

1). Nog in 1847 wordt het tappen van toewak en zet- of kleinbier of brom verboden.