is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Minard's troepje en de meest aangrijpende declamatie in vreemde talen, de Nederlandsche inbegrepen. Eerst in 1843 echter werd dit publiek onthaald op een acrobatentroep en pas in Maart 1848 op een miniatuur circus, dat zijne tent opsloeg op het erf van het Hotel de Provence (§ 1059) *) en maanden lang een succès fou had. Het gaf eene slotvoorstelling ter benefice van een Fransch acteur, die achtergebleven was van een troep, die in den Schouwburg abonnementsvoorstellingen had gegeven. Alles dus volkomen in kolonialen stijl: circus één, tooneel twee. Pas in 1856 kwam weer een circus opdagen. Dit speelde op het Koningsplein. Vuurwerken werden oudtijds geleverd door Chineezen. In 1862 echter verscheen uit Britsch-Indië „Professor" Th. Gors, eene specialiteit in deze soort vermaak, -stichter der nog bestaande firma. Deze gaf op 17 September van dat jaar bij de raceloods op het Koningsplein (tegenover het tegenwoordig Museum) een „avond-feest en gala" met „een prachtig en kostbaar Vauxhall kunst-vuurwerk", waartoe men alleen tegen grof geld toegang kreeg.

S 1353. Dit alles vliegt niet hoog. Waarschijnlijk mogen wij echter de specifiek Bataviasche gemeente eene bonne marqué overhandigen voor haar lust tot muziek. Vooral de populariteit der krontjongmuziek getuigt daarvan. Een geliefd avondvermaak was het rondvaren in de grachten met eene orembaai of tentschuit, die niet geroeid maar met pagaaien voortbewogen werd; daar werd dan muziek bij gemaakt, er werd gezongen en Valentijn verzekert halve nachten daarnaar te hebben zitten luisteren. Het kon echter alleen bij hoog water.

De algemeene liefde van onze oude Hollanders voor muziek en zang had zich ook in de Oost niet verloochend, zoolang de volksgeest niet was verstikt. Zelfs in het Behouden Huijs op Nova Zembla gebruikte men zijn liederenboek en zijne dwarsfluit. Op den eersten tocht naar Indië vinden wij aan boord „trompetters ende musiciens". We zien Admiraal van

1). Hieruit volgt, dat de prachtige waringinboom het erf van het Hötel des Indes in 1848 nog niet sierde.