is toegevoegd aan uw favorieten.

Atjèh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Genitalia, als kwaadwerend middel II, 582. Geologische gesteldheid, I, 88 vg. Gereedschap, voor de besnijdenis II, 444; voor de oordoorboring II, 449; voor den timmerman I, 568; voor den goudsmid I, 579 vg.; voor den ijzersmid I, 591; voor het graveeren I, 594; voor het maken v. wapenscheeden I, 571.

Geschenken, aan toeschouwers bij visscherij II, 110, 113, 379; zie ook Schenking en Adatschenkingen.

Geschiedenis, I, 3 vg.

Geslachtsleven, I, 248 vg. Geslachts-pantang's, I, 506 vg., II, 544 vg. Geslachtsziekten, II, 614 vg.

Gëtah, winning I, 156 vg.; uitvoer II, 17 vg.; marktprijs II, 18; rechtenheffing II, 23; voor vogellijm II, 119 nt.; voor medische doeleinden II, 411, 616, 644 vg.

Getallen, gelukkige en ongelukkige — II,

532 vg.

Getuigen, II, 398 vg.

Geweren, I, 303 vg.

Gewichten, II, 64 vg.

Gezantschap, Atjèhsch — naar Turkije 1,302, 308, 417.

Gietvormen, — voor munten II, 54; — voor kogels I, 305; — voor de goudsmederij I, 581.

Giftbrieven, zie Sarakata.

Gistbereiding, I, 329.

Glas- en aardewerk, invoer II, 24 vg. Godsdienst, II, 473 vg.

Godsdienstige heffingen, II, 494 vg. Godsdienstoefeningen, II, 481 vg.; vijf dagelijksche II, 482 vg.; oproepingen tot de I, 383 vg., 387, II, 485; Vrijdags — II, 486; — ten behoeve v. e. doode II, 486; — op de officieele feestdagen II, 489 vg,;trawèh — I, 388, II, 202, 207, 490; teuseubèh — II, 490; — om regen te vragen II, 491; wité — II, 491.

Godsdienstscholen, II, 508.

Godsoordeel, II, 403 vg.

Godspenning, II, 321, 368, 369.

Goenöngan, I, 51.

Goepang, II, 55; stempelen v. — 's I, 581. Goeroe, II, 637 nt.

Goud, winning I, 129 vg.; kogels v. — I, 305; — en zilversmederij I, 578 vg.; — als voorwerp eener gelofte II, 566; — als amulet II, 578 vg.

Gouvernements-gebied, I, 77, II, 174; Groot Atjèh tot — gemaakt I, 16, 67, II, 181 186, 190.

Graf, II, 462 vg.; — teekenen II, 464; —engelen II, 204, 464, 468, 580.

Grafsteenen, plaatsen der — II, 205, 354, 469 vg; beitelen der — I, 523, 596 vg., II, 470; oude handel in — I, 56. Zie ook Vorstengraven.

Grafwachters, dieren als I, 188 194 201

II, 572 vg.

Grassoorten, I, 135, 498.

Grenzen, I, 66 vg.

Groeten, wijzen v. — II, 452.

Grondenrecht, II, 364 vg.

Groot Atjèh, bestuur I, 16, 67, II, 181 vg., 186, 190 vg.; wegennet I, 112 vg.; uitvoer• tarieven II, 140.

H.

HaE (belooningen), soorten hiervan II, 379. Haardracht, I, 225, 262 vg.

Haarkronkels, I, 503, 514, II, 524. Haarsieraden, I, 278 vg.

, Haarsnijding, eerste - I, 262, II, 427 vg., 433. Haarverzorging, I, 262 vg.

Ha balè, zie Proceskosten.

Ha balèë, II, 356 vg.

Habib Abdoerrahman, I, 16, 20, 318, 353, 385,

II, 405, 478.

Ha gantjéng, waarborggeld II, 384; gedingpanden II, 384, 397, 405.

Hagedissen, I, 199.

Hakikah, I, 514, II, 427, 428, 429, 560.

Hakim (titel), II, 215, 218, 219, 222, 271. Halfwinning, bij visscherij II, 110; bij grondtransactie II, 369; bij veeverzorging 11,380; bij klapperpluk II, 381.

Halssieraden, I, 280 vg.

Handafkapping, II, 176 nt. 2.

Handboog, II, 120.

Handel, Europeesche — II, 3 vg.; groot — II, 11; — shuizen II, 13; Inlandsche — II, 28 vg.; binnenlandsche — II, 28; klein — II, 29; marskramer — 11,32; ruil — II, 32 vg. Handelingen, 5 wettelijke categoriën v. men-

schelijke — II, 482 nt.

Handelsaanrakingen, eerste — met Atjèh I, 4, II, 4 vg.

Handelsgeest, gebrek aan — bij den Atjèher

I, 241, II, 29.

Handelsmonopolie, I, 4, II, 3 vg. Handelsproducten, oude — II, 3. Hanengevechten, I, 243, 410 vg.

Harpoen, II, 107.

Hasil, II, 142 vg.; — reglement II, 137.

Havens, voor algemeenen in- en uitvoer II, 140. Hazard, — spelen I, 408; — verbod I, 243, 410.