is toegevoegd aan uw favorieten.

De idioot

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

misschien heel wat behaaglijker en warmer dan bij mij thuis. Ik begrijp niet waarom menschen, die in mijn toestand verkeeren, niet op zulk een gedachte komen, al zou het ook enkel maar voor de grap zijn. Misschien komen ze er trouwens ook wel op, er zijn veel leuke lui bij ons.

Maar al erken ik geen rechter over mij, toch weet ik wel, dat men mij richten zal, wanneer ik al doof en stom zal zijn. Ik wil niet heengaan zonder iets van een antwoord na te laten, het woord van een vrije, niet van een gedwongene, en niet ter rechtvaardiging — o nee! ik wensch van niemand en in niets vergiffenis! — maar zoo maar, omdat ik dat wil.

Daar is ten eerste deze eigenaardige gedachte: wie zou het in zijn hoofd halen, op grond van welk recht of welk motief om mij thans mijn recht op die twee a drie weken levens te betwisten? Wat voor rechter heeft daar mee te maken? Voor wien is het nl. noodig, dat ik niet slechts veroordeeld ben, maar ook het den tijd tot de vonnisvoltrekking waardig uithoud? Daar heeft toch niemand wat aan, nietwaar? Moet het uit ethische overweging? Ik begrijp nog, dat indien ik in bloeiende gezondheid en kracht mij het leven, dat „mijnen naaste nuttig zou kunnen zijn" enz. enz., wilde benemen, de moraal mij naar ouden trant zou kunnen verwijten, dat ik over mijn eigen leven eigenmachtig beschikte, of iets dergelijks. Maar nu, nu mij de oordeelstijd toch al is toegemeten? Welke moraal eischt behalve uw leven ook nog het laatste gereutel waarmee ge den laatsten atoom levens opgeeft, terwijl ge nog bezig zijt de troostredenen van den vorst aan te hooren, die ongetwijfeld zijn Christelijke beschouwingen tot de gelukkige gedachte zal opvoeren, dat het wezenlijk maar het beste is dat ge sterft. (Christenen van zijn slag gaan altijd tot die gedachte toe, dat is hun stokpaardje.) En wat willen ze met hun bespottelijke „Pavlovsker boomen"? De laatste uren van mijn leven verzachten ? Ze moeten toch wel inzien, dat, hoe meer ik vergeet, hoe meer ik mij aan dat laatste visioen van leven en liefde zal overgeven, waarmee ze voor mij den muur van Meyer met alles wat