Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik trommel mijn kalfsvel, mijn wijf en mijn kinderen, Ik trommel en trommel; — wat zou het ook hinderen? Want ik ben er 'n tromm'laar van diederomdijne 1 Ik ben er 'n tromm'laar van diederomdom!"

Barbertje was langzamerhand dichterbij gekomen, „'t Lijkt wel, of het een hondenhok moet worden!" zei ze snibbig.

„Ik dacht, dat jij er niets mee te maken wou hebben, nieuwsgierig juffertje!"

„Dat wil ik ook niet," zei ze boos en liep weer weg.

Moeder kwam, om de wasch op de bleek te leggen. „Maar jongen, 't lijkt we of er een beer in moet!"

„Zooiets moet er ook in", antwoordde Eiko, die vanmorgen wèl over de wilddieven, maar niet over den gevangen wolf had gesproken!

Moeder keerde hoofdschuddend in huis terug.

Toen Eiko voor het middageten werd geroepen, legde hij juist de laatste hand aan het „kabouterhuis". Het had de gedaantevan een hondenhok, maar was dan wel erg groot en sterk en had, inplaats van 'n open voorzijde, 'n deur met stevige houten dwarsafsluiting. Niet zonder inspanning droeg onze kranige timmerman het hok een eindje weg. Hij veegde zich met de mouw het gelaat af en ging naar de deel.

Toen hij de hand op de klink legde, zag hij de drie zoons van den jachtmeester het erf opstappen. Met hun allen gingen ze naar binnen. Moeder nam nog een paar houten teiloren uit de kast en zette ook Eiko's vrinden dampende meelpap voor, die ze, hoewel ze pas hadden gegeten, er dapper insloegen.

„Hebben jullie het hok gezien?" vroeg Barbertje. En toen ze zes verbaasde oogen op zich zag gericht, voegde zij er haastig aan toe: „Eiko heeft vanmorgen een groot hok getim..." „Stil, Trientje Flap-uit!" zei Eiko.

Barbertje werd boos en begon met zoo groote happen te eten, dat Floris waarschuwde: „Pas op, Barbertje! Het is heet!" Toen werd Barbertje natuurlijk nog veel boozer en at met 40

Sluiten