Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wist haar martelaars te ontvluchten en glipte achter de toonbank weg.

Sjoerd was rood als de wijn, dien hij daareven had gedronken, - en plotseling greep hij naar zijn mes. De ander deinsde terug, haalde eveneens een dolk uit den gordel.

Bouke sprong tusschenbeide.

„Op zij!" bulderde Jan Paridaan. „Ik wil hem met mijn knijf toetakelen I"

„Terug 1" riep Bouke, maar kreeg nu ook met de goed bekendstaande poorters te doen. Geert schaterde van de pret en sloeg zich met de handen op de knieën. De man van de huifkar zat wezenloos op z'n stoel.

De waard schoot te hulp. Toen kwam er orde: de dronkaards hadden ontzag voor de beide nuchtere mannen, die, aangemoedigd door Sjoerd en Geert, de vijf laatst binnengekomen gasten de deur uit en de straat op dreven.

Toen Bouke daarop naar het tafeltje terugkeerde, klopte Sjoerd hem op den schouder, ,,'t Is goed, dat je tusschenbeide bent gekomen. Ik had hem en zijn galgetronies van vrienden tot pap gekarnd. - Heila, moet je die eens zien!"

De man van de huifkar lag achterover te snurken, het hoofd over de leuning, den mond wijd open. Zijn armen hingen slap omlaag.

„Hij heeft wat te veel op!" lachte Bouke. „De hals moet lammetjespap eten," meende Sjoerd. „Waard, breng ons nog een rondje zwaren wijn! - Jij schiet me wel voor, Bouke? Ik geef je morgen alles terug, - m'n eerewoord! Als je zwijgen kunt, zal ik je wat vertellen. Laat me uitpraten, Geert! Ik weet... hik... wat ik zeg, zoo goed als ik weet, dat jij 'n Judas bent, die geen hand uitsteekt als ze z'n vriend te lijf gaan! - Luister, marskramer! We hebben een goed zaakje onderhanden! We hebben twee fijne... hik... paarden en een fijnen jonker te pakken. De paarden verkoopen we op de markt, 74

Sluiten