Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meid: ze denkt om alles!" Met een vergenoegden glimlach diepte hij uit zijn zak een broodje op.

Terwijl hij er gretig in hapte, kwam hij den nachtwaker tegen, die in zijn verkleumde vingers een ratel zwaaide en schor en verdrietig uitgalmde: „Drie heit de klokDe klok heit drie!"

„En jij ?" vroeg Bouke. „Wat heb jij ?"

„Ook drie," antwoordde de man. „Drie kinde¬

ren. En een zieke vrouw. En een halfbevroren neus en bibberende voeten van de sneeuw, die

in mijn gescheurde laarzen dringt."

„En is dat alles, wat je hebt?" vroeg

Bouke.

De man schoof zijn sjofele kaproen

op, keek den marskramer in het gelaat en zag, dat hij at.

„Neen, nog iets," zei hij toen.

„Ik heb honger."

En Bouke gaf hem zijn stuk brood.

Bij De Groene Draak

aangeland, vond hij de deur gesloten.

Maar de stal was open. Hij ginj er binnen en vond

Sluiten