Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het eten kun je het innemen. Met wijn vermengd, proef je er niets van. En voor het naar bed gaan je heele lichaam warm laten wrijven: je bloed moet flink stroomen, anders heeft 't nog geen uitwerking."

Wubbe keek sip op. „Daar heb je het nou al weer, als je niet getrouwd bent! Met zulke dingen moet ik altijd anderen lastig vallen en nog afwachten, of iemand 't wil doen! Kan ik 't zelf niet?"

„Ja zeker, als je er maar om denkt, dat je altijd met de richting van het bloed meewrijft, anders krijg je aderverstopping, en dat is bij dikke menschen gevaarlijk!"

„Met de richting van... ?! Bouke, ik wéét niet hoe m'n bloed stroomt! En niemand hier op het slot weet dat! - Toe, kerel blijf jij vanavond bij me! Eet zoometeen met me mee; ik zal een bed voor je klaarmaken; we drinken straks een gezellig glaasje wijn en kaarten wat en voor ik ga slapen, wrijf je me zooals 't moet!"

„Wubbe...," aarzelde Bouke, „ik zou je graag helpen; dat is het hem niet. Maar m'n vrouw maakt zich ongerust, wanneer ik vannacht niet..."

Wubbe zuchtte. „Kerel, weet je wel hoe ik je benijd? Als ik niet zoo dik was, had ik óók aUang een lief vrouwtje. Maar de meisjes zijn bang om uitgelachen te worden. M'n goeie, trouwe hart willen ze niet zien."

„Arme drommel, ik heb met je te doen."

„Blijf je ?!" vroeg Wubbe met een glimp van hoop op het gelaat.

„Kerel, ik..."

„Bouke, wees een christen! Bedenk, dat het er om gaat een ongelukkige te helpen! En ik heb een héérlijk soepje, om mee te beginnen!"

„Vooruit dan maar!" zei Bouke. „We moeten je van dien buik afhelpen. En trouw dan maar gauw."

Wubbe sprong met 'n kreet op om zijn kooksel voor aan-

119

Sluiten