Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor God kan het menschdom niet bestaan; het kan zich voor Hem niet rechtvaardigen en zal door Hem dan ook niet gerechtvaardigd worden. Het heeft de waarheid in ongerechtigheid verstikt; niet slechts de waarheid der openbaring Gods in de Schepping, maar ook de waarheid Gods in hart en geweten: de openbaring Gods in den wortel der Wet bij alle menschen, en de openbaring Gods in de Wet aan Israël gegeven.

Neen, wie de Wet Gods bezit, zal daarmee den toorn en het oordeel Gods nog niet ontgaan; het bezit der waarheid Gods, het hebben van de openbaring Gods, zal de wereld niet redden. Dan ware de Jood, gelijk hij zich inbeeldt, rechtvaardig voor God; maar dan ware ook de wereld, die de waarheid Gods draagt, daarin van haar rechtvaardiging verzekerd.

Neen, het bezit der waarheid redt de wereld niet; het redt niet hen, die bij Gods Wet en onder zijn Naam, onder zijn bizondere openbaring en zijn Verbond leven. Die openbaring rechtvaardigt niet, maar zal juist oordeelen en veroordeelen, waar het menschelijk leven aan die openbaring niet beantwoordt. Het bezit van Wet en sacrament zal niet redden, niet rechtvaardigen maar veroordeelen (Rom. 2).

De apostel zal straks, Rom. 3 : 9—20, dit oordeel met de Schrift bekrachtigen.

Thans staat hij eerst nog stil bij de vraag, of dan de bizondere openbaring Gods, die den Jood van den Heiden onderscheidde, en het bezit van Wet en sacrament, dat het volk Gods in de wereld kenmerkt, nutteloos is, en geenerlei vrucht heeft voor de gerechtigheid (Rom. 3 : 1—8).

Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welke is de nuttigheid der besnijdenis? Wat heeft dan de Jood voor boven den Heiden? wat is het voorrecht van Israël boven de volken? welke waarde is dan aan het leven onder het Verbond Gods en het verbondszegel te hechten? Indien het bezit der waarheid Gods, indien de bizondere openbaring Gods, niet redt, niet rechtvaardigt, den toorn van God en zijn oordeel niet afwendt, wat baat ze dan? waartoe dient ze dan?

Deze vraag geldt voor den Jood in Rome; voor de plaats van Israël onder de volken en in de Historie. Zij geldt ook voor het Christendom, dat door Gods bondszegel in den Heiligen Doop gemerkt is en zijn Woord bezit. Zij geldt voor de kennis der waarheid door prediking, onderwijzing en opvoeding; voor de kennis van Gods Wet en ordinantiën; voor de onderscheiding van Gods gebod in de wereld.

Indien het bezit van Wet en sacrament geen voorrecht is, geen waarde

Sluiten