Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tweede wereld, hoezeer ook door Gods lankmoedigheid in beperkende banden bewaakt en bewaard, ging in heel de wereld van de volken der historie onder in een poel van ongerechtigheid, waarvan de volheid des tijds bizonder in Rome het getuigenis draagt. De wereld gaat onder en moet ondanks alle menschenmacht en pogen ondergaan in alle tijden, en in haar einde.

Maar neen, — zij, over wie de overvloedige genade Gods komt in den tweeden éénen mensch Jezus Christus, zij, die ontvangen de gave der rechtvaardigheid, door Hem uit den poel opgebracht, door het Evangelie hun toegebracht, en door het geloof hun onvervreemdbaar eigendom, — zij mogen roemen over den dood en zijn heerschappij, over de wereld en haar ellende. Zij ontvangen met de gerechtigheid het leven door dien tweeden éénen mensch Jezus Christus, het waarachtige onverderfelijke leven. En zij heerschen in het leven. De dood en zijn heerschappij zijn onderworpen aan hun voeten, wijl ze onderworpen zijn aan de voeten van Christus. Zij heerschen door Hem nu in het leven. En zij zullen in en door en met Hem in het waarachtig leven der menschheid heerschen over zonde en dood. In hen, in de waarachtige menschheid van den tweeden éénen mensch Jezus Christus, zegepralen door Hem de gerechtigheid en het leven in de wereld over de zonde en den dood.

Zóó overtreft de genade Gods het oordeel des doods, dat Hij over de zonde sprak. Zóó wordt de wereld, die verloren gaat, behouden door de overvloedige genade Gods in den Heere Jezus Christus; door de heerschappij van gerechtigheid en leven, die van Hem, den tweeden éénen mensch, zegepralend uitgaat over de heerschappij van zonde en dood, die de eerste ééne mensch Adam over de wereld bracht.

Zoo dan, gel ij k door één misdaad [de schuld gekomen is] over alle menschen tot verdoemenis, alzoo ook door één rechtvaardigheid [komt de genade] over alle menschen tot rechtvaardigmaking des levens. W ant gel ij k door de ongehoorzaamheid van dien éénen mensch velen [tot] zondaars gesteld zijn geworden, alzoo zullen ook door de gehoorzaamheid van éénen velen [tot] rechtvaardigen gesteld worden.

Tegenover de ééne misdaad van den eersten éénen mensch Adam staat alzoo door Gods ontfermende genade de ééne rechtvaardigheid van den tweeden éénen mensch Jezus Christus. Door die ééne misdaad van één mensch, van den eersten éénen, is de verdoemenis, de veroordeeling Gods over alle menschen, over heel de menschheid

Sluiten