Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het willen is wel bij mij, niet door mijn natuur of door mijne redelijken geest maar door het vernieuwend werk des Heiligen Geestes in mij, door het leven Gods in mij, waardoor mijn ziel waarachtig geestelijk leeft. Maar daarom ook juist weet ik, weet ik, dat ik het doen van het goede niet bij mij vind. Het goede, dat ik wil, doe ik niet; maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. Ik wil dat kwade niet, en innerlijk geestelijk doe ik dan ook dit kwade niet. Niet ik, maar de zonde, die in mij woont.

Deze wet vind ik als geloovige in mijzelf, als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bij ligt.

Hier ziet en kent de begenadigde ziel bij doordringend geestelijk licht zichzelf en de verdorvenheid der eigen natuur; zij ziet en kent de macht der verdorvenheid als een wet in zich.

O, de ware ingeleide zielen, die niet slechts oppervlakkig Gereformeerd zijn, maar die waarachtig geestelijk bestaan, en die instaren in het heilige licht des Heeren, die geestelijk ook zichzelf onderscheiden en keuren, — zij kennen niet die in genomenheid met een vormelijke uitwendige dankbaarheidsleer en met eigen leven in goede werken.

Zeker, ze waken biddend ook over den levensvorm, en ze doen zoo ook uitwendig en van harte naar des Heeren gebod.

Maar juist omdat het hun om het waarachtig geestelijke te doen is, schrijven zij op hun werken den dood.

Ja, ze roemen met blijden roem in God, dat ze een vermaak in de Wet Gods hebben naar den inwendigen mensch; maar ze kennen niet minder bewust, ze zien die andere wet in hun leden, die strijdt tegen de wet huns gemoeds en die hen gevangen neemt onder de wet der zonde, die in hun leden is.

,,Ik ellendig mensch! wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods!" Zoo blijft daarom hun klacht voor den Heere al hun dagen. Maar ze roemen ook in het geloof: ,,Ik dank God door Jezus Christus onzen Heere!"

Ja, die verlossing is in beginsel, in waarheid en in volheid het deel der geloovigen. De zonde zal over hen niet heerschen, want zij zijn niet onder de wet maar onder de genade. En eenmaal wordt het waarachtige leven vrijgemaakt, in den dood, in het afsterven van wereld en vleesch en in den ingang tot het eeuwige leven!

Wijke dan door de genade des Heiligen Geestes van al Gods heiligen alle zelfmisleiding voor het waarachtige licht van Gods Woord.

Tot verdoeming van allen eigen ijdelen roem.

Tot verootmoediging voor den Heere!

En tot waarachtige geestelijke heiliging door het geloof, dat met

Sluiten