Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IJVER ZONDER VERSTAND.

Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat (ik) tot God voor Israël (doe), is tot (hun) zaligheid. Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand. Want alzoo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zoo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen. Want het einde der Wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft. Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de Wet is (zeggende): de mensch, die deze dingen doet, zal door dezelve leven. Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in den hemel opklimmen? dit is Christus (van boven) afbrengen; of wie zal in den afgrond nederdalen? dit is Christus uit de dooden opbrengen. Maar wat zegt zij? Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het woord des geloofs, hetwelk wij prediken, (Namelijk), indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart gelooven, dat Hem God uit de dooden opgewekt heeft, zoo zult gij zalig worden. Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid, en met den mond belijdt men ter zaligheid. Want de Schrift zegt: een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden. Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen. Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden. Romeinen X : 1—13.

De heilige apostel handhaaft de eer van God in de vergadering van Zijn Gemeente en in de zaliging van menschen, hierin, dat de Gemeente des Heeren niet hangt aan vleesch en bloed in de geslachten der menschen, en dus ook niet aan het Israël naar het vleesch, maar eenig aan het vrije souvereine genadige Welbehagen des Heeren, aan de Verkiezing Gods, waarnaar zich dan ook zijn Gemeente in de geslachten formeert en uit Oud-Israël in de volken der wereld overgaat.

Daarbij echter stelt de apostel in helder licht, dat het wijken van de genadebedeeling Gods uit Oud-Israël naar de wereld der volken

Sluiten