is toegevoegd aan uw favorieten.

Paulus als geestelijk hervormer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

Wat is geschiedenis?

Een kind kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden. De vraag „wat is geschiedenis?" is een van die kinderlijke vragen, die als een steen naar den bodem zinken en waar men zelf mede gedwongen wordt door alle vragen heen tot de allerlaatste door te dringen. Zoo zegt b.v. Aulén in „Ons Algemeen Christelijk Geloof" § 19, 2 (p. 163 Ned. vert): „Evenals het bestaande zijn grond heeft in den scheppenden liefdewil Gods, zoo heeft het ook tenslotte zijn doel in het door dezen liefdewil gestelde doel. Dit doel.... kan niet samenvallen met een bepaalde eindperiode van de geschiedenis van het bestaande, maar moet integendeel tegelijk opgevat worden als een nieuwe schepping".

„De historie is er, opdat Gods liefdewil in en door haar zou gerealizeerd worden .... geschiedenis is niet een onophoudelijk of met innerlijke noodzakelijkheid gebeuren, dat voortgaat naar een eindelijke vervolmaking in deze wereld .... Voor het geloof is het volkomen duidelijk, dat een dergelijke einddoel in deze wereld zich niet denken laat, maar dat daarentegen iedere historische periode in deze wereld haar kenteeken moet ontvangen van de Goddelijke scheppingswerkzaamheid, die tegelijk een verlossings- en vervolmakingswerkzaamheid is ... . iedere tijd moet zich eigenlijk aan het geslacht, dat dan leeft, vertoonen als „de jongste dag".

Die jongste dag is voor Paulus echter het einde van een horizontale lijn, de laatste acte van het groote werelddrama, van de wereldgeschiedenis. Op het standpunt van dien dag zal zeker heel wat, dat de eerste plaats inneemt in onze handboeken totaal onbelangrijk blijken en veel, waarvan geen regel of zinnetje bij onze historici spreekt, van oneindige beteekenis zijn. Indien n.1. — en dat is het standpunt des geloofs, dat Paulus reeds inneemt — de geschiedenis niet maar is een gebeuren en gebeurd zijn, maar een geschieden, dat een doel heeft, dat er is om „iets" te verwezenlijken! Of men nu den blik horizontaal richt op de totaliteit en eindsom van dit „iets" en dus het „einde" daar ziet, waar Paulus het zag, of dat men — wat den hedendaagschen mensch meer