Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat boven werd aangevoerd als kenschetsend voor wat wij de sacramenteele eenheid van het lichaam van Christus hier op aarde zouden mogen noemen, is een soort inleidende correctie op gedachten, die tegenwoordig vaak aan het woord sacrament en het bijv. naamwoord sacramenteel worden verbonden.

Men spreekt tegenwoordig veel van ,,sacramentalisme". Dat is n.1. een term, die gangbaar is onder de theologen van de z.g. godsdiensthistorische school: een groep geleerden, wier opvattingen sommigen hunner, vooral in Duitschland, tot de uiterste consequenties hebben doorgetrokken.

In de eerste plaats moet dan worden opgemerkt, dat de bizondere beteekenis, waarin deze ,,religionsgeschichtliche Schule" het woord „sacrament" bezigt, in de Oudheid niet daaraan verbonden was. Sacramentum is n.1. een Latijnsch woord, dat waarborgsom of boetegeld bij rechtsgeschillen beteekent. Het kan ook het proces zelf aanduiden, of — omdat men daarbij vrijwillig ook een som gelds of iets anders verbeurt — een weddenschap. Met die beteekenis is dus niets te beginnen. Vanuit de beteekenis van het werkwoord „sacrare", d.w.z. iets uit de sfeer van het profane nemen en in verband brengen met bovenaardsche machten, kan „sacramentum" zeer in 't algemeen alles, waarmede zulk een „wijding" is verbonden, beduiden. Dat is echter een zeer vage beteekenis, die ons omtrent de concrete voorstellingen in het werkelijk taalgebruik weinig leert. Er bestaat echter een ander, zeer algemeen gebruik van hetzelfde woord. Dan brengt het ons op het gebied van den krijgsdienst: alle soldaten hadden n.1. een eed van trouw te zweren. Voor dien krijgseed is „sacramentum" de officieele en algemeen bekende term geweest. Overal waar Romeinsche legioenen in garnizoen lagen, wist een ieder wat dit woord beteekende. Tertullianus bezigt nu dit woord voor doop en avondmaal en ook voor andere zaken. Hij wekt den indruk, dat hij daarmede niets ongewoons of nieuws doet. Een enkele maal roept hij daarbij juist deze militaire beteekenis te hulp om het bedoelde duidelijk te maken.

Er moet dus tegen het einde der Ile eeuw — en zeker reeds vroeger — voor Christenen, die Latijn spraken, bij het gebruik van dit woord een reeks van voorstellingen en gedachten aanwezig geweest zijn, waarbij hun saamhoorigheid met Christus als hun Heer en Koning en de opvatting van het Christelijk leven als een krijgsdienst onder Christus' opperleiding sterk op den voorgrond heeft gestaan.

Sluiten