Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar zegt Paulus: „in Christus zijt gij besneden met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in het uittrekken van het ,lichaam des vleesches', in de besnijdenis van Christus".

Het springt in het oog, dat hier niet een of andere Oostersche gedachte, die men dan bij het z.g. „sacramentalisme" zou kunnen indeelen, maar heel iets anders, en wel de Oudtestamentische, Joodsche gedachte voorop staat en alles beheerscht! Besnijdenis was n.1. de eisch, die aan den heiden gesteld werd om lid van het volk Israël te worden. „De besnijdenis van Christus" noemt Paulus nu den doop, die de voorwaarde was om lid te worden van het „nieuwe volk", van het „ware Israë1", van het „lichaam van Christus". De gansche levenssfeer der heidenwereld ziet hij als één „lichaam der zonde": zooals men bij den doop zijn kleederen aflegde om onder te duiken in het water, zóó trekt men ook door die ééne handeling dit „lichaam" uit en doet dat andere aan!

Dat is een „sterven", zooals ook een Romein of Syriër geschrapt kon worden uit het geheel, waartoe hij tevoren had behoord. Immers door inlijving bij Israël hield hij op lid te zijn van zijn oude gemeenschap en voegde hij zich in de corporatie dergenen, voor wie Joodsche zede, Joodsche traditie, Joodsche beperkingen en Joodsch recht bindend waren. Aan die concrete realiteit denkt Paulus. Dat juridische „sterven" heeft hij op het oog en niet een aan zijn hoorders, zoo goed als aan hem, hoogstens van hooren zeggen en vagelijk bekende „leer" van „de" mysteriegodsdiensten! Immers, hoe zou hij ooit wat inderdaad geheim gebleven is, hebben kunnen gebruiken tot verduidelijking van datgene wat zóó opvallende en zichtbare zaken als doop en avondmaal beteekenden? Alles wat hij hier zegt, is bovendien gesproken uit het levensbesef der Christelijke kerk. Tot haar richt hij zich en uit haren schat van voorstellingen, ervaringen en aanschouwingen nam hij hier wat hem dienstig was.

Het middelpunt van alles is dus telkens weder de geestelijke praesentie van den Christus: „in Hem zijt gij mede opgewekt door het vertrouwen in de werking van God, Die hem uit de dooden opgewekt heeft

Op die werking komt het aan! Niet hun kracht is het, waar het om gaat, maar dit is het geloof: het vertrouwen, dat Gods kracht door middel van hen en in hen werkende is. Daarom kan Paulus ook tegenover den zwaarsten zedelijken strijd en de moeilijkste omstandigheden

Sluiten