Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minderd, maar niet verdwenen, hetgeen de psychiater had gehoopt. Dit in tegenstelling met no. 5, bij wien ook de andere verschijnselen zeer zijn teruggegaan.

5. De postoperatieve veschijnselen zijn van geen beteekenis. Enkele zijn van tijdelijken aard geweest. Blijvend zijn de gewichtstoename, de haaruitval en de vetafzetting, waarvan de patiënten echter verklaren geen hinder te hebben. Van no. 4 wordt meegedeeld, dat hij nog wat gemakzuchtiger is geworden dan hij vroeger al was.

Summa summarum spreken we als ons oordeel uit, dat alle zeven gevallen een gunstig resultaat hebben opgeleverd.

Bij patiënt no. 1 doet zich het eigenaardige voor, „dat de rechtbank zooal niet onder voorwaarde van castratie, dan toch op grond van de mededeeling, dat castratie zou plaatsvinden, en dat daardoor een groote kans bestond, dat hij van zijn ziekelijke neiging zou worden genezen, een voorwaardelijke veroordeeling heeft uitgesproken". En ook patiënt no. 2 is, ofschoon de advocaat een langdurige gevangenisstraf of een langdurige verpleging in een psychopatheninrichting voorzag, dank zij de castratie voorwaardelijk veroordeeld.

We willen hier nog meedeelen een geval, door Prof. Wiersma in het Nederlandsch tijdschrift voor Geneeskunde van 16 Maart 1935 blz. 1074 zeer in het kort meegedeeld. Hij schrijft daar: „Een patiënt van ongeveer 30 jaar werd voortdurend door gedachten van geslachtelijken aard in beslag genomen. Hij werd ongeschikt voor zijn werk, onaneerde sterk, had neiging tot exhibitionisme, liep naar publieke vrouwen, viel vrouwen op straat lastig. Hij vroeg raad aan tal van doktoren, maar vond geen baat. Ten slotte ging hij naar Duitschland, waar hij gecastreerd werd. Daarna deed hij met opgewektheid zijn werk, leefde geregeld en was verlost van zijn vroegere ziekelijke neigingen".

Naar aanleiding van dit geval merkt Prof. Wiersma verder op: „Uit de literatuur zijn tal van gevallen van de gunstige werking der castratie bekend en het boven aangehaalde geval, dat ik waarnam, wijst in die richting. Wanneer deze operatie door den patiënt, of, zoo hij geestelijk minderwaardig is, door zijn wettelijken plaatsvervanger gewenscht wordt, dan lijkt mij deze ingreep gewettigd. Moreele bezwaren zullen zich tegen het verwijderen van ziekelijk overprikkelde kiemklieren moeilijk kunnen handhaven, omdat hier een medische indicatie bestaat.

Sluiten