Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hieruit blijkt dus, dat in ongeveer 1I3 der gevallen de beharing onveranderd blijft, in 1/3 lichte en in 1j3 sterke afname optreedt. De patiënten vinden dit over het algemeen niet hinderlijk.

Castratentype.

Het castratentype bij personen, die na de puberteit zijn geopereerd, bestaat uit:

1. feminine vetverdeeling; dit is vetafzetting aan de borsten, onderbuik en heupen, billen, wangen en bovenbeenen.

2. feminine beharing aan het lichaam, in den regel met naar boven sterp afgegrensde pubisbeharing en gedeeltelijke baarduitval.

3. eigenaardige huidtoestand, in het bijzonder aan het gezicht en de handen, zooals ze bij de eunuchen onder de naam van gerodermie bekend is: rimpels, gedeeltelijk behaard, bleek, fijn.

Onder de gevallen van Wolf was de verdeeling:

volledige castratentype in 7 gevallen

/ vetverdeeling in 10 gevallen

partieele 1 beharing in 9 gevallen

castratentype j vetverdeeling en beharing in . 5 gevahen

\ huid in 1 geval

aangeduid was het type in 3 gevallen

het type ontbrak in 12 gevallen

Bij uitzondering vertoont de laat gecastreerde het type van den eunuch. Meestal is eerstgenoemde veel minder opvallend dan laatstgenoemde. Verschillende patiënten zagen er opvallend jong uit. Wolf vond dit in 5 van de 42 gevallen.

Nerveuse stoornissen.

Wolf vond bij 2 patiënten p.o. een bleek gezicht; een andere patiënt kreeg dit alleen bij opwinding. Hoofdpijn trad in 7 gevallen p. o. af en toe op. Congesties kwamen soms kort na de operatie voor (in 6 gevallen), maar verdwenen dan langzamerhand. 12 van de 42 gevallen waren p.o. volledig vrij van elke nerveuse stoornis.

Algemeene gezondheidstoestand.

De algemeene gezondheidstoestand bleek voortreffelijk te zijn.

Wolf komt tot de slotsom, dat de castratie voor den lichamelijken toestand ongevaarlijk is; de niet frequente lasten kunnen

Sluiten