Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit luchtje1). Ook d'AureviUy (helletrechter in de literatuur), die Sainte-Beuve angstwekkend en stom overschat, vooral als „dichter", ziet telkens den chirurg in hem. Sainte-Beuve was immers een poosje carabin2). Het snijtafel-bezoek, het carabinschap van Sainte-Beuve, wordt door de critiek belachehjk uitgebuit en als daad van geestehjken invloed dwasehjk overschat. Vergelijk het hoofdstuk: Sainte-Beuve étudiant en médecine, in Dr. Morin's boek „Essai de physiologie médicale". Mij lijkt veel a posteriori verwerkt omtrent dit jeugdfeit in het leven van Sainte-Beuve. Alles in hem, van zijn psychologischen ontledingsdrang, wordt verlegd naar en verklaard door zijn „éducation anatomique et physiologique; son goüt pour la dissection..." AUes in hem is sectio cadaverus. Ook zijn weerhanerij? Wel is de opmerking:

„Ce qui le passionnait surtout, c'était 1'anatomie, la dissection, les autopsies"

karakteristiek, ook voor Sainte-Beuve's geestelijk wezen. Hij bleef autopsist, ook in de hteratuur. Gourmont, hoe alweterig ook, is niet zoo veel-omvattend-historisch erudiet; niet zoo breed-grondig, niet zoo „ijsehjk" labyrinthisch van vernuft als Sainte-Beuve, die overal het spek rook zonder er van te nippen en ook weieens handel drijft in heihge zaken, evenals Balzac. Maar hij is ook niet zóó omkeerderig en karakter-vervalschend in levens- en geesteshoudingen. Hij heult niet met Saint-

*) Leuk, als je leest in „Les années romantiques de Balzac" van Arrigoni „Sainte-Beuve tournait autour de son grand ami Hugo. . ." Het leukst echter, wanneer ge de verheerlijking leest van Hugo's genie in Sainte-Beuve's opdracht der „Consolations".

*) Baudelaire noemt hem zelfs een „Werther carabin I" („Oeuvres posthumes" pag. 314).

Zeer begrijpelijk voor den spleen-dichter van „Les Fleurs du mal". Vgl. „Le mysticisme de Baudelaire et son esthétique" in „Charles Baudelaire" door Gustave Kahn.

Sluiten