Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bemint binnen en buiten de kamers van Bhetorica, en tock oer-eckt Amsterdammer en Hollander bkjft. Deze malsch-zielige poorter, een druiler, naar ket Middelnederlandsck woord druilen (in ket minne- en zinnespel ervaren), was soms tock zoo bloö en sckicktig als een in luidrachtig gezelschap verdwaald, bibberend-kuisck weesmeiske, door Stadskeure zedekjk bewaakt. Ack, koe zamelde Bredero zijn smacktende liefdezuckten tot een zielsroerende klacht op voor sckalkscke, dartele Maria Tesselscka; voor de ,,braef" vergulde Margarieta met ket „Goudt-dradick Haer"; voor Madalena Stockmans, met kaar „oogken vol majesteyt"...

II

Vaandrig Bredero was, ook zonder „boertighetreckjes" en zonder latijnscke metriek, een groot reahstisch zottekluckt-kunstenaar, die niets uitstaande had met schunnige kwinkslagen en grappen van sadistisck-krenkende narren, papegaaibont getooide potsenmakers, op lantjuweel of referein-feest, door kun deuntjes en bellenkappen de vreugdstemming verontrustend. Mag kij tock een verkwister van hchaams- enzielekracbten, een pintenvriend van „gebrande wijn", een dartel drinkebroer in avond-kerbergen en een meisjesgek worden geschimpt? Geen wonder,... hij woonde vlakbij een keele Bederijkerskamer „In Liefde Bloeyende", die boven een vleesckkalletje kaar smetteloos blazoen plantte in d'eerbare, deftige Nes. Bredero een zwijn, een snoUenvriend, een ploertig uitwas, een gemeene-straattaal-virtuoos? Bredero een zatlap, een „tabaksuyper" die naar jenever riekt? Een sckouwe uitklepperaar van viezigkeden? Zoo werd deze grandiooze, sckoon grillige zedenbeelder van milde menschehjkkeid, vaak veel éckter en vromer dan Mohère

Sluiten