Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als hij slaat, worden zijn neusgaten nog wijder en grijnst hij met samengeknepen lippen. Hem kan Merens niet meer onverwacht overvallen, sedert hij ontdekt heeft dat deze stinkt. Zijn lichaam verspreidt een schimmellucht. De hand, waarin hij het krijtstompje geklemd houdt als hij op het bord schrijft, draagt op de bovenkant een groot, L-vormig lidteeken en de bewegingen die zij maakt zijn krampachtig en mechanisch, als die van de klauwkop eener draaibank, waarvan de bekken concentrisch en regelmatig naar elkander toe bewegen. Met deze hand, welker vingers hij nimmer gestrekt gezien heeft, knijpt Merens, met de andere hand slaat hij. De meester heeft andere handen dan zijn vader en ook zijn stem, die kraakt als hout onder een bijl, is anders. Waarom zegt zijn vader dat de onderwijzer altijd gelijk heeft? Het is treurig dat hij dit zegt, omdat hij genoodzaakt is hem te gelooven. Nu is zijn vader nog groot en sterk, nu, omdat hij niet langer kijken wil, blijft hij groot en sterk. Hij weet dat zijn vader ook anders zijn kan, maar deze andere laat hij hem in tegenwoordigheid van Merens niet worden. Zijn vader heeft een mooie, diepe stem, die voorstellingen aan nimmer geziene, donkere wouden en wijde vlakten bij hem oproept. Hij zingt echter maar zelden, omdat hij verdriet heeft. De handen van zijn vader zijn sterk, de strakke

Sluiten