Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstikken hem en vernietigd door schaamte zit hij op een bank, in een stille hoek van het park en huilt. Hevig schrikt hij, als een hand op zijn schouder gelegd wordt. Tegenover hem staat een jongen van zijn klas, die aan de overval heeft deelgenomen. Zij kijken elkander even zwijgend aan en dan hoort hij Eduard zeggen, dat het een gemeene streek van hem en de anderen geweest is. Weet je dan niet Eduard, dat de meeste menschen zelden iets anders dan gemeene streken doen en dat alleen de besten hoogstens berouwvolle stakkers zijn? Begrijp je dan niet, dat ik geen haar beter dan jullie ben en dat ik mee gedaan zou hebben, als een ander het slachtoffer geweest zou zijn? De omstandigheden, mijn jongen, de compasnaald en de magneet....

Lucie weet gelukkig niets van het gebeurde in het park. Als zij ook maar een vermoeden van zijn smadelijke nederlaag had, zou zij misschien heelemaal niets meer van hem willen weten. Lucie loopt op de beenen van tante Jenny en hij is verliefd op haar. Het is een hopelooze, hulpelooze verliefdheid, een stom en knagend verlangen, zooals dit alleen maar kan voorkomen bij een schuchteren elf of twaalfjarigen jongen, of bij een volwassen man, die kind bleef in denken en voelen. Lucie is een rijk meisje, dat zich nimmer er toe vernederen zal, de liefde van een proleet, zooals hij, te beantwoorden.

Sluiten