Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze naam heeft men een maal, tien maal, honderd maal gelezen. Bevond hij zich zooeven, een kwartier, een uur, een jaar geleden niet in dezelfde straat? Waarheen loopt hij eigenlijk, waarom dit verlangen om verder te komen, een andere straat te bereiken, die weer op de vorige en de volgende gelijken zal? Deze stad heeft geen grenzen, de wereld is hier volgebouwd, aan deze huizenmassa komt nooit een einde. Is dit kleine mannetje, dat vermoeid tegen een lantaarnpaal met loovertjes ornamenten leunt, Peter Baltus? De wil van een mensch is als een compasnaald, onveranderlijk gericht.... Wat is de wil van een mensch? Onzin. Al deze millioenen hebben een wil en toch zijn zij als zandkorrels, die door de wind worden voortgejaagd. Hij weet niet meer wat hij is, wie hij is, wat hij wil. Hij voelt zich op het oogenblik alleen maar kaal, naakt, zooals een appel die geschild is zich moet voelen. Het is hem alsof hij geen kleeren meer aan heeft, alsof zijn lichaam, dat hij betasten kan, verdwenen is. Hij is alleen maar kaal, een rollende biljardbal in een trechter vol andere rollende biljardballen. En toch is hij Peter Baltus, een heel kleine, bijna onzichtbare Peter Baltus, toch is hij iemand die bij een lantaarnpaal staat, die de neuzen onder zich heeft van twee schoenen, die hem aankijken als een paar trouwe honden, die hun baas gevolgd hebben. Toch is hij iemand, want hij

Sluiten