Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Rijk zal zij toch zijn... En bovendien weet zij mannen naar haar hand te zetten, kijk haar maar eens...

Beiden zwegen. Schrijlings op de balustrade gezeten praatte Joyce zacht en snel met Alec. Af en toe liet zij met een snelle beweging haar handen door het korte haar gaan, het zenuwachtig naar achter strijkend. Zij scheen slecht gehumeurd te zijn.

Hoyos stond op en kwam onhoorbaar naderbij, met een licht spottend knipoogje van zijn mooie donkere oogen, die ongemeen glinsterden onder de zware wenkbrauwen met hier en daar donker zilverige plekjes, als kostbaar bont. Joyce fluisterde:

— Als je wilt, nemen wij de wagen en gaan we naar Spanje; daar beminnen, dat lijkt mij...

Zij lachte, met de lippen naar Alec toe.

— Wil je, zeg? Maar zeg dan toch wat!

— En lady Rovenna? wierp hij met een flauw glimlachje tegen.

Joyce balde de vuisten.

— Die oude! Ik kan haar niet uitstaan!... Neen, neen, je gaat met mij mee, hoor je?... Schaam je je niet. Kijk...

Zij boog zich voorover, terwijl ze hem geheimzinnig een blauw litteeken in de holte der oogleden liet zien.

Sluiten