Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII

Het was middernacht, toen Gloria zich opeens overboog naar haar man, die tegenover haar zat.

— Je ziet bleek als een geest, David, wat scheelt je? vroeg zij ongerust. Ben je zoo moe? Wij gaan naar Ciboure, denk eens... Zou je niet liever naar huis gaan?

Joyce, die het gehoord had, riep uit:

— Dad, dat is een uitstekend idee... Kom, ik breng je thuis... In Ciboure kom ik weer bij je, niet, Mummy? Daphné, ik neem jouw auto, vervolgde zij, terwijl zij zich tot de kleine Mannering wendde.

— Verniel hem niet, waarschuwde Daphné met haar vreemde, droge, van opium en alcohol heesche stem.

Golder gaf de ober een teeken.

— De rekening!...

Hij had werktuigelijk gesproken, daarop schoot het hem te binnen, dat zij volgens Gloria op Miramar uitgenoodigd waren. Maar de aanwezigen

Sluiten