Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Wat scheelt hem?

— Angor pectoris. Hij legde met zichtbaar welgevallen de nadruk op elk der latijnsche lettergrepen. In goed Hollandsch, een hevige hartkramp.

Zij zeide niets. Hij voegde eraan toe:

— Hij kan nog lang leven, nog vijf, nog tien, nog vijftien jaar, met een leefregel en de noodige voorzorgen. Hij zal — natuurlijk — zijn zaken eraan moeten geven. Geen emoties, geen vermoeienissen. Een kalm, rustig, regelmatig leven, zonder opwinding. Volledige rust. Voor altijd... Op die voorwaarde alleen kan ik voor hem instaan, voorzoover men er voor instaan kan, want deze ziekte vertoont helaas vaak plotseling onvoorziene wendingen. Wij zijn geen goden...

Hij glimlachte innemend.

— Er kan natuurlijk geen sprake van zijn nu al met hem erover te spreken, dat begrijpt u zelf wel, mevrouw, hij lijdt bovendien verschrikkelijke pijn... Maar er is reden om te hopen, dat in een acht of tien dagen de crisis op bevredigende wijze zal zijn geëindigd... Dan is de tijd daar om hem het ultimatum te stellen.

— Maar, zeide Gloria zacht, op ontstelde toon, dat is... dat is onmogelijk... De zaken eraan geven... Dat is onmogelijk, ziet u... Het zou zijn dood zijn, besloot zij zenuwachtig, toen Ghédalia geen antwoord gaf.

Sluiten