is toegevoegd aan uw favorieten.

David Golder

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten door zijn hoofd vast tegen haar borst te drukken.

— Zwijg! Zwijg! Zwijg...! Bruut...! Ploert...! Er zijn bedienden in huis, ze luisteren...! Dat vergeef ik je nooit...! Zwijg, ik maak je dood, zwijg...!

Maar opeens liet zij hem los, kermde. De oude mond beet wild in het vleesch tusschen de paarlen. Golder schreeuwde met bloedige oogen als een dolle hond:

— Durf jij...! Durf jij je beklagen...? Heb jij niets...? En dat, en dat, en dat? Hij schudde verwoed aan het zware collier en draaide het tusschen zijn vingers. Zij sloeg haar nagels in zijn handen, maar hij hield vol. Bijna stikkend schreeuwde hij:

Dat, meid, dat kost een millioen...! En je

smaragden? Je colliers? Je armbanden? Je ringen...? Al wat je hebt, al wat je aanhebt van boven tot onder... En jij zegt, jij durft te zeggen, dat ik je geen kapitaal verzekerd heb! Kijk dan hoe je met sieraden beladen bent, hoe je barst van het geld, dat je mij afgetroggeld, van mij gestolen hebt...! Jij, Havké...! Maar toen ik je nam, was je arm, een ellendige meid, herinner je je dat, herinner je je dat... ? Je liep in de sneeuw, met gaten in je schoenen, je voeten kwamen door je kousen, je handen waren rood en dik van de