Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs met een minder gaaf accent, maar fleurig en in conversatie-toon. Ik. sprak de taal van mijn boeken. Ik zei „promenade" en je moeder „ballade", ik zei „beau" en zij „chic", ik „auszerordentlich" en zij „fabelhaft". Ik kende haar woorden net zoo goed als zij zelf, maar kon ze niet gebruiken. July droeg altijd een belangwekkend toilet. Ze speelde aardig piano. Ze zou een welopgevoede jongedame zijn, als zij niet iets van de koppige dolheid en ook van de doortastendheid van haar vader had bezeten. Wanneer haar vader en ik te lang naar haar zin gediscussieerd hadden, verbrak zij het gesprek. Ik verdedigde het standpunt van handelsvrijheid, voelde weinig voor door wetten geregelde bevoordeeling van de Nederlandsche textielnijverheid, en wist, dat Dacosta er net zoo over dacht als ik. Maar hij nam plotseling een protectionistisch standpunt in en oordeelde zelfs, dat Twente een spinnerij moest hebben, die uitgebreid genoeg zou zijn om zijn weverij van garens te voorzien. Plotseling ging July naar de piano en zong, zich zelf begeleidend, een serenade van Tosti. Gevraagd deed July niets, ongevraagd musiceerde ze en las ze voor, danste ze en nam je onder den arm om een wandeling te gaan maken. En toch spotte ze met het „on-

Sluiten