Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grieksche grammatica. De goede Jan Driesche begrijpt het niet... Waarom had de juffrouw zoo opeens gezwegen en tranen in haar oogen gekregen?... Dat was nog nooit gebeurd. Omdat hij dat gezegd had van dien vrijer?... Neen Jan Driesche begrijpt absoluut niks meer, en hij voelt in zijn hart een bitter verdriet en een groote genegenheid voor juftrouw Dorothea Caspeele.

Zoo zit hij daar nu op zijn stoel, naast het bed, in zijn hemdsmouwen — (het is een stevig hemd met roode streep-

uri T met Zljn bloote voeten °P dei> kouden vloer, en hij blikt domweg naar een punt op den muur waar hij vroeger

leren naar gekeken heeft- Herman zit bij de lamp nog te

— « Herman... »

— « Jan. »

— « Begrijpt gij daar nu iets van ? »

— « Van wat, Jan ? »

— (( Wel... dat « ze » daar opeens begon te schreien... » Herman legt zijn boek neer op de tafel. Hij blikt even

in de schemering naast het bed, alsof hij nadenkt over wat hij antwoorden zal. Dan zegt hij met een stille stem die Jan Unesche opeens heel klein maakt :

. „ " Jan- ik zou daar nooit meer over spreken met de juttrouw, was ik in uw plaats. »

— « Waarover ? »

— « Over vrijen en meisjes... en zeker niet meer over naar zelve, n

Jan Driesche zit stom en paf geslagen. Maar in den grond van zijn hart heeft hij altijd een beetje opgezien tegen Herman. Die kan daar zoo stil zitten denken, die zegt zoo weinig, en toch voelt Jan Driesche wel dat hij vele dingen meer en beter begrijpt dan hij zelf.

* ui~ " la maar- • moet ze v<>or zoo'n pruts dan beginnen te bleeten ? »

— « Och Jan, de juffrouw heeft misschien ook haar verdriet gehad in haar leven, wij weten dat niet. »

Sluiten