Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de andere strijkt hij even over zijn grijzenden baard, en kijkt een oogenblik door den boomgaard alvorens te antwoorden .

— « Om u de waarheid te zeggen. Peter Coene, om u de waarheid te zeggen, de pachteres gaat achteruit. »

Peter Coene blikt in de oogen van den dokter, zwijgend, alsof hij verwacht dat hij nog verder iets zeggen zal dat die eerste uitspraak mildert. Maar dokter Berg zwijgt eveneens, streelt met de hand over zijn baard, en kijkt in de verte.

— « Is het... ? »

— « Het is het hart dat niet meer mee wil, Peter Coene, het hart... Het is altijd de zwakke kant van de pachteres geweest. »

Dokter Berg schijnt te aarzelen. Hij knippert met de oogen en zijn duim strijkt langzaam over den rand van zijn vestzakje. Ja, dokter Berg zou wel het een en het ander willen vragen over de hoevevrouw, zooals hij dat overal doet. Hij weet toch dat er buiten lichamelijke kwalen nog zooveel anders is dat een dokter zou moeten kennen. Hij zou eenvoudig willen vragen of... ja, of... Maar aan Peter Coene is niets te vragen. Die staat daar vreemd tegenover hem, nu zooals de eerste maal dat hij, jaren geleden, voor het eerst als dokter op de Donkelhoeve kwam. Hier is hij nooit in het vertrouwen gedrongen, heeft men nooit het hart voor hem geopend zooals al zijn zieken dat in de ure van nood deden. Hij blijft hier aan den uiterlijken kant, de dokter, meer niet.

« Ja, ziet ge, Coene, zeker is men wel nooit, maar

ik zeg u liever de waarheid, ik denk niet dat het nog lang duren zal met de pachteres... »

Peter Coene knikt even met het hoofd als voor zich zelf. En als dokter Berg wegrijdt door den boomgaard blikt hij hem een poosje na. Dan keert hij zich om en ziet zijn huis. Hoe oud was dat huis nu al!...

Zwijgend staat het leven voor Peter Coene, even gesloten als hij zelf. En het blikt hem aan met kalme oogen, en wacht.

Sluiten