Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij met haar alleen was geweest, dat zijn mond haar had gekust.. Hoe lang was dat geleden!

Hij voelde iets hards in zijn keel, als een stikkende pijn, en hij verlangde naar zijn moeder... En beneden in de huiskamer stond nu de doodkist van zijn broer.

Hij stond op en trok in den donker zijn kleeren aan. Terwijl hij zijn jas in de hand hield bleef hij opeens stilstaan. Nu was er een keerpunt aangebroken voor het bestaan van de Donkelhoeve. Wat er nu deze dagen gebeuren ging sloot het verleden voor goed af.

Hij stapte over het stille donkere hof, ging tot bij de haag van den moestuin, opende het hek, en zette zich neer op den olmenboom die daar langs het pad lag.

De nacht was koel en vochtig en hij trok zijn overjas vast rond zijn lichaam. De vorst scheen voorbij te zijn, de aarde was week onder zijn voet, en daar hing een bleeke smoor boven den grond dien hij meer voelde dan zag. De maan was zoo pas boven het dak van het hoevehuis geklommen, ze gaf geen schaduw, en ze had een roode derve koperkleur. Enkele sterren glansden hier en daar aan den hemel, omfloersd door een dunne nevel.

Herman keek rond zich. Het was zoo wonderlijk stil, en hij dacht er aan dat hij nog nooit zoo alleen in een nacht als deze hier buiten was geweest. Daar kwam rust in zijn geest, hij ademde langzaam de lucht in. Het was of hij hier nu dezelfde dingen, waaraan hij op zijn kamer had liggen denken, met een anderen blik kon zien, van verder af, en of zij niet meer dezelfde scherpe gedaante en mate hadden.

In Sander's huis schuurde een deur lichtelijk over den grond, daar kwam over het hof iemand naar hem toe, en bij het tuinhek herkende hij Sep.

— « Ik dacht wel dat gij het waart, Herman. »

— « Ja Sep, ik kon niet slapen. »

Sep zette zich op den boom naast hem. Zij keken

Sluiten