Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK.

Als ik u nu zou zeggen dat mijn pere in zijnen tijd de grootste loeder van Schaffen was, dan moet ge niet zoo seffens peizen dat ik iemand ben zonder respect voor den ouden dag. Ter kontrarie. Maar pere was dat, dat weet i k beter dan iemand, en dat zullen de menschen van Schaffen, die hem gekend hebben, nu nog allemaal zeggen. In zijn jonge jaren was 'm schoenmaker geweest en na zijn huwelijk was 'm verkenskoopman geworden, en om wat reden dat 'm van 't een naar 't ander overgegaan is weet ik niet. Dat zit een bitje in de familie waar dat ze allemaal nogal veranderlijk van karakteir waren. Ik was een-en-twintig toen 'm stierf.

Het eenige dat ik van pere niet vergeten zal is zijn leste ziekte, en dat er bekanst geenen dag voorbij ging dat ik geen oorvegen kreeg. Pere was eiken dag heel of half zat, en dan moest 'm met iemand kunnen ruzie maken. Ge hebt van die menschen, en als 'm niemand van de parochie vond dan begost 'm maar tegen mij te duvelen. Plezier heb ik anders genoeg gehad in die jaren, want ik kost mijnen gang gaan gelijk als ik wilde. Daar zijn der die zeggen dat kinderen met een slechten vader een ongelukkigen jeugd hebben. Praat. Pere was al een van de slechtste die der onder de zon liepen en toch heeft er in Schaffen nooit iemand den bonjoer gedraaid gelijk als ik.

Pere is gestorven gelijk als 'm geleefd had. Hij was op een avond met een stuk in zijnen kraag blijven liggen langs een grachtkant en had er een fleurus mee opgedaan, en Sanderke Pegger bracht hem naar huis op zijn kruiwagen en we staken hem in 't bed. Melle Spanooge, een kwezel die op twee stappen van ons woonde, kwam hem verzorgen aan

Sluiten