Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooren gedaan had stonden we met ons drij naar pere te zien, hij stak zijn arm onder de lakens uit en pakte zijn eerden pijpke van de tafel. Hij rekte zijnen nek over de beddespon en smoorde aan de gewijde keers nog eens aan. Pere was alle ze leven een straffe smoorder geweest. Maar in passant had 'm gezien dat die vuile bougie in zijn jeneverflesch stak en dat er van gedronken was, en daar scheen 'm zoo fel van te verschieten dat zijn pijpke uit zijn mond viel en over het bed op den grond rolde en tegen Melle Spanooge heur kloenk kapot toekte. Nog eenen keer loerde 'm naar mij en hij mommelde iet dat er niet goed meer door kost, en die onderpastoor meende zeker dat 'm nog een akt van berouw verwekte, maar ik zag heel goed dat 'm nog eens sakker-nosdedjie had willen zeggen. Toen was 'm dood, en toen hebben Melle Spanooge en ik de flesch voort uitgedronken swenst dat Melle voor de geloovige zielen van 't vagevuur las.

Ik heb toen nog braa moeten scharren om pere met fatsoen onder den grond te krijgen, want ik zat in die dagen zonder éénen cent, en in het beurzeke dat ik in zijn bed vond stak nog justekens twee frank en dat was mijn erfdeel. Nog een geluk dat 'm niet langer getrokken heeft, want als 'm aan de sukkel geraakt was, lam of zoo, dan had ik er mee gezeten, en 't een gezeid lijk 't ander, daar is hier geen kwestie van respect voor den ouder, alles hangt er van af wat voor ouders dat iemand heeft.

Een jaar ben ik dan nog jonkman gebleven, en toen ben ik gaan verkeeren met Anzelien van Wanne van Doore. Ik wist dat daar geld zat. Anzelien was toen al een kwezel en lid van de congegratie en het heeft heel wat moeite gekost eer dat ik bij Wanne van Doore mijn voeten onder de tafel had. Wanne was juist het contrarie van heur dochter.

Charelke Dop

Sluiten