Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg gegaan. Hoe ze daar beneden over haar denken laat haar onverschillig. Maar aan hare rust, aan het leven dat zij zichzelf bouwde met sterke, Zekere handen moeten zij niet raken.

Zij ziet de eerste flikkeringen van het Westkappelsch torenlicht en gaat langzaam het pad naar boven. Het duister daalt snel, overschaduwt vroonland en duinen met breede, donkere vlerken. Het zal niet lang meer duren of de avond is volkomen. De regen heeft opgehouden, maar de wind, die recht op de kust staat, neemt toe aan hevigheid en geweld. Het wordt een booze nacht, dat is eene zekerheid.

Als Tanne Ingelse de lantaarn heeft aangestoken en opgeheschen staat zij even te kijken op het duin. Het water, daar diep onder haren voet, is welhaast niet meer te onderscheiden. Grauwe, deinende vlakten met plokken vuil en morsig schuim. Alsof de nacht zelve daar beneden een vloeienden vorm heeft aangenomen, rusteloos wentelend en kolkend onder de vlagen eener nieuwe geboorte. Zij tuurt den avond in, maar behalve het telkens aangloeiende licht van de boei, ver uit de kust, waar de wielingen hunnen dreigenden aanvang nemen, en verder weg nog wat lichten op het land van Cadzand en dat van den toren van Breskens, zien haar oogen niets. Op eenen avond als deze gaat worden ligt ge veiliger voor de reeden van Vlissingen of Terneuzen, in den haven van Antwerpen. En als er bij geval nog een Arnemuider buiten is dan zal hij het slecht hebben, bar slecht. Tegen tienen zal het hoog water

Sluiten