Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aandacht ditmaal niet bepaald bij de lichter of donkerder nuance van zijn glaasje. Zijn blik gleed van de lief gebarende mollige handjes opwaarts langs de ronde armen, den gevulden boezem, den vollen rooden mond, en plotseling zag Van Dogteren dat hier een bijzonder appetytelijk volkskind stond, dat hem echter bij deze nadere beschouwing volkomen ongeschikt leek om zich de eigenschappen van een dame uit den makelaarsstand eigen te maken. De verteedering waarmee hij in droomerige oogenblikken het meisje met de blonde vlechten en de groote blauwe oogen tegenover zich aan een eigen huiskamertafel had gezien, week eensklaps voor zijn zeer reëele behoefte aan de warme nabijheid van dit bij uitstek vrouwelijk wezen en eer hij het wist, sloten zich zijn armen om de volle vaste vormen, wier bestaan hij tot dusver bij zijn poëtische huiselijke toekomstverbeeldingen vrijwel had voorbijgezien. Op hetzelfde oogenblik echter dat het meisje zich behaaglijk in zijn omarming voegde, schoot hem wonderlijkerwijs het beeld van de oudste juffrouw Dufay door den geest, zooals die des Zondags een tikje statig, doch keurig in haar marterbonten stola met den grooten mof en het goudbeslagen boekje, naar de Walenkerk wandelde.

En zoo stond dus op dezen dag der dagen de goede Van Dogteren met een lieve, willige jonge vrouw in de armen, aan het keerpunt van zijn bestaan. Zijn mannelijke verlangens dwongen zijn handen langs de bevredigende rondingen van een welgevormd lichaam en terwijl hij zich eenigszins teleurgesteld rekenschap gaf van de afwezigheid der kuische verwarring en verwondering die hij had gemeend te mogen verwachten,

Sluiten