is toegevoegd aan uw favorieten.

Het oogenblik

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

termen en een optimistischen toon. Het treft onaangenaam, dat zijn vrouw (wier kapitaal niet meer geheel safe is) zich juist nu voor de zaken interesseert, maar men kan een vrouw die zoo duidelijk weet te vragen niet zonder antwoord laten. Doch na den derden December, met den laagsten ooit genoteerden Santos-koers, valt elk antwoord hem te zwaar en haalt hij zijn schouders op. Met het gevolg, dat op den eersten Kerstdag de „raadsman" van Mevrouw, in dit geval de oudste zwager, vriendelijk maar dringend inzage verzoekt van boeken en bescheiden der firma, opdat hij zich een beeld kan vormen van den stand van haar vermogen. Dit heeft de zwager nog nooit verlangd, maar waarom bezit Van Dogteren ook zulk een armelijke fantasie dat hij niet eens een paar behoorfijke zakelijke inlichtingen kan fingeeren ten behoeve van zijn eigen vrouw?

Ach, mijn vertelling is zoo opgewekt begonnen en gaat zoo verdrietig eindigen, maar kan ik 't helpen, dat deze tijden hard zijn voor wie uit een andere eeuw overbleven? Van Dogteren krijgt een deelgenoot, natuurlijk niet den al te ondernemenden procuratiehouder, maar een protégé van de importfirma die zal probeeren de zaak op pooten te houden. Geen opzichtigheden alstublieft, er gebeurt al genoeg op de Beurs; men komt overeen dat Van Dogteren zich na een jaar uit de vennootschap zal terugtrekken.

Dus geen twoseater voor Henri Pierre en ook geen trainer voor Annemarietje, om van het Conservatorium enz. voor Gustaaf Leonard te zwijgen. Op Oudejaarsavond 1930 zit Van Dogteren in het privékantoor voor een ontruimd bureau-ministre. Daarop