Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij spraken over het zonderling-wisselvallige en de zware wreedheid van hun levenstaak; over het verre Brittannië, waar Vespasianus vóór 't vierde ener eeuw aan de zuidkust gestreden had. Sinds dien leefden daar duizenden Romeinse handelaars met hun gezinnen. Doch later waren de Kelten, opgehitst door hun onverzoenlijke druïden, weer in verzet gekomen; en zes jaar geleden had ook Cerialis er den onderdrukkingsoorlog gevoerd, terwijl schrikwekkende voortekenen zelfs veteranen hadden doen sidderen. Het voetvolk van zijn legioen was verslagen; hij zelf met de ruiterij nauwelijks ontkomen achter de wallen der legerplaats. In woeste wraak waren de Romeinen neergeslagen, gehangen, gekruisigd, verbrand. Maar de laatste grote slag in een nauw dal vernietigde tienduizenden barbaren. Koningin Boadicea, op haar strijdwagen aanvoerend, had zich-zelve gedood.

Cerialis zag afschuwelijke herinneringen verschijnen ais hij dacht aan de moedige vrouw die, voor het begin der muiterij, door Romeinse slaven met roeden geslagen was en wier dochters waren geschonden door *t soldaten-gespuis. En nu weer, sprekend

Sluiten