Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER de daken van hofsteden en wachttorens, over gaarden, wegen en wouden lag hoog de sneeuw. IJsschotsen schoven de woeste stromen af.

Van hoeve tot hoeve zwierven Romeinse marskramers met het gerucht dat Vitellius Colonia Agrippinensis had verlaten en naar Gallië was gereisd.

Maar Civilis vernam van zijn Bataafse boodschappers weldra uitvoeriger tijdingen: de legioenen van Gallië, Hispanië en Brittannië hadden den eed aan den nieuwen Caesar afgelegd. Uit Italië was de mare gekomen dat Otho, eertijds landvoogd van Lusitanië, Keizer Galba had doen vermoorden en als Imperator was erkend door de wingewesten aan den Donau, door Afrika en zelfs door 't verre oosten waar Titus Vespasianus de legioenen aanvoerde.

Wie heerste er nu over het geweldige Rijk: Vitellius of Otho?

Als Claudius Civilis dit alles overwoog, was er een heimelijke vreugde in hem. Want Vitellius had de verzwakte krijgsmacht van Neder-Germanië achtergelaten onder den ouden jichtigen Hordeonius Flaccus, legaat van het boven-Rijnleger. De sterke legioenen uit het noorden waren nu ver weg,

Sluiten