Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Civilis wilde nu naar 't westen, om nog weifelende Gallise stammen over te halen tot den opstand of, bij verzet, te bestrijden.

Benoorden Keulen, op de lage heuvelen van den Rijn-oever, verzamelde hij zijn troepen. Den avond vóór zijn vertrek gast zijnde van een voornaam Ubiër, ontmoette hij diens vrouw, Claudia Sacrata, en werd door haar rondgeleid in het landhuis, dat gebouwd en ingericht was naar de wijze der Romeinse villa's die Civilis zich uit Italië herinnerde. Zij scheen op die uitheemse weelde zeer trots te zijn; zij wees hem de kunstige mozaieken van den vloer, de beschildering der wanden, het ruime atrium, de tuinen met voorjaarsplanten en bloesemende vruchtbomen. Een wonder van de goden noemde zij het, dat dit alles gespaard was gebleven in den oorlog, daar toch zovele Germaanse en Romeinse benden ginds over den heirweg waren getrokken. Verder naar 't noorden lagen akkers en boomgaarden verwoest, hofsteden in puin en as... Eindelijk bracht zij haar gast naar een stenen bank in het peristylium, waar zij zaten op een zacht tapijt. Claudia begon zich te beklagen over haar man die bijna al zijn dagen binnen de stadsmuren

Sluiten