Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Oh Mademoiselle!" verweet de chef beleedigd.

De motor draaide. Camilla slaagde erin op te stijgen zonder ongelukken in den chaos te veroorzaken. Ze wuifde vroolijk tot afscheid naar de juichende menigte en glimlachte, als ze zich voorstelde hoe Ulit zich zou hebben geërgerd aan zooveel slordigheid en nonchalance, zooveel vroolijke, dwaze en soms gevaarlijke lichtzinnigheid. Zijn heele aard verzette zich daartegen, hij was volkomen ontoegankelijk voor de bekoring, die trots alles van deze rommeligheid uitging. Camilla daarentegen had een zwak voor Frankrijk.

Ze zuchtte behaaglijk. Nu Holland. Vannacht het breede, zachte logeerbed van de Gerstens. Als ze in Amsterdam was, logeerde ze bij Jan Gerst, den vlieger en zijn vrouw Mip. Ze woonden op Schiphol, vijf minuten van het vliegveld vandaan.

„O Bubble," zei Camilla bijna sentimenteel, „daar zullen we échte théé krijgen!"

Ze hield van Holland. Ze sprak perfect Hollandsch — had als kind veel vacanties in Zeeland doorgebracht, bij haar tante — ze las ook veel Hollandsche boeken en poëzie. Juist in de roezige bewogenheid van haar leven deed het soms weldadig aan, te denken aan de schoonheden van dat vlakke, rijke land, aan een sfeer van zuiverheid en gezondheid, die de natuur er had en aan de dieper verborgen schoonheden, geschapen in een taal, die te weinig menschen lazen. Als ze aan gedichten dacht, was het meestal aan die van Boutens, van Leopold, van Roland Holst. Maar spreken erover deed ze nooit. Het paste zoo weinig in haar bestaan. Haar moeder begreep van poëzie even weinig als van vliegtuigen. Haar vader zou waarschijnlijk ontsteld om een dokter hebben getelefoneerd, als zijn Camilla over gedichten had gesproken!

Fonk beschouwde zijn dochter, die in moeilijke tijden zijn eenige kameraad was geweest, als een compagnon. Hij dacht zelden aan haar, of op heel nuchtere wijze, en dan meestal in verband met vliegen. Fonk zonder Camilla zou een gebrekkige zijn geweest, iemand wien men de oogen had ontnomen, een arm, een long... maar zoolang hij nog volkomen gezond was, zoolang hij haar had, dacht hij daarover niet na. Daarvoor had hij geen tijd. „Het kan nog korter" dreigde een spreuk in zijn particulier kantoor. Hij was dertig, toen hij met zijn jonge vrouw Holland verliet, ingenieur zonder vermogen en zonder relaties. Hij was nu vijftig, had een wereld-

Sluiten