Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan de sigaretten alléén konden verklaren. „Maar u bent een vriend van meneer Ulit," zei hij, als wilde hij daarmee iets bijzonders uitdrukken. „Ja," zei Korner, „hoezoo?"

De oude Schmidt hoestte weer. „Och... u ziet hem misschien van zijn beste zijde... maar ik... en anderen met mij... Bepaald bemind is meneer Uht niet."

„Neen? Succesvolle menschen zijn zelden erg bemind," zei Korner droogjes.

De oude man maakte een heftige beweging.

„Meneer, niets is ooit verder van me geweest dan jaloezie... dat moogt u gelooven of niet, het is zool Zeker... natuurlijk zijn er heel wat jaloersch op meneer Uht, dat gaat altijd zoo. Maar hij zou veel vijanden niet hebben... en hij heeft méér vijanden dan u misschien denkt... als hij éven succesvol was, maar een ander mensen. Het is niet altijd het feit, dat iemand succes heeft, maar hoé hij het heeft, die het kwetsend maakt voor anderen."

Korner keek hem getroffen aan.

„Dat is waar, maar ik ken Uht sinds m'n schooljaren en als hij iets met is, dan is het een intrigant..." De oude man onderbrak hem.

„Neen, dat bedoel ik niet, meneer. Maar zijn wijze van doen, zan heele aard... Een hard mensen, dat is hij, gevoelloos, tactloos... Ik heb vanmorgen ruzie met hem gehad. Geen gewone ruzie, waarbij heftige woorden vallen... dat is niet erg. Maar zooals meneer Uht doet, als hij 't onééns is met je... dat air van hem, alsof hij de wijsheid in pacht heeft... dat..."

„Dat volkomen zelfverzekerde," vulde Korner aan en glimlachte voor zich heen, „ja, ik ken dat van Uht... hij is altijd zoo geweest. Hij was een uitstekende leerling en toch hielden de meeste leeraren niet van hem. Hij was een eerlijke, hulpvaardige kameraad en toch niet populair onder de jongens. Hij is te zeker van zichzelf, hij heeft nooit iemand noodig... en hij demonstreert het teveel. Sommige menschen imponeert het enorm, anderen irriteert het alleen. Er Zijn menschen, die over lijken gaan. Ulit is zoo niet. Hij zou nooit iemand opofferen aan zijn welslagen, hij zou zeggen: Dat heb ik niet noodig!" De ander keek hem aan, getroffen: „Héél waar, meneer. Zoo behandelt bij mij ook. Als hij wou, kon hij me hier uitwerken, dat weet ik wel.

Sluiten