Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik wéét het opeens!" zei Mathilda, „u lijkt op een vliegenierster, die ik laatst op een filmjournaal gezien heb. Hoe heette ze ook weer! Net zoo'n type als u, erg mager, ik dacht eerst dat het een man was."

Tjerk wierp haar een woedenden blik toe, Camilla opende haar mond, maar ze bedacht zich.

Het ging niet aan, dat er zóó uit te flappen, nü, met dit meisje erbij. Wat was dat voor een meisje? Wat wilde ze? Waarom keek ze naar Tjerk, alsof hij bij haar hoorde? Camilla kreeg hoofdpijn, in werkelijkheid en ook officieel— het laatste een beetje érger. Ze ging naar huis met Bubble. En daar ze er onzinnig naar verlangde, even alleen te zijn met Tjerk, sloeg zij z'n gretige voorstel, om haar weg te brengen, met onverwachte koelheid af en rende met een tevreden Bubble door het zand, zonder om te kijken en zich afvragend, waarom ze in 's hemelsnaam niét had gewild dat hij meeging en waarom hij niet tóch meeging... Zeker ter wille van dat... kennisje!

Mathilda keek haar neerslachtig na. Ze maakte zich geen illusies, wat Tjerks gevoelens betrof, maar evenmin gaf ze de partij opeens gewonnen. Iets klopte er niet aan die juffrouw. En ze kende Tjerk een beetje. Als dat zoo wis, dan bestond er een heel groote kans, dat ze toch aan het kortste eind trok, dat magere mirakel.

Tot overmaat van ramp begon het te regenen. Ze vluchtten naar het pension. Tjerk bladerde in de conversatiekamer in tijdschriften en zon op middelen, om naar Camilla te komen. Mathilda bladerde óók en ontmoette op een gegeven moment een illustratie, waarop Camilla Fonk stond.

„Ongelooflijk, zooals die juffrouw Jaspar lijkt op dit vl egmensch," zei ze.

Toevallig zette mevrouw Smit juist een vaasje bloemen neer*. Ze keek boos naar Mathilda en naar de illustratie en zei nijdig: „Die lijkt nou nét zooveel op Minny als ik! Hoe kunt u het beweren!"

Maar Tjerk stemde Mathilda bij: „Toch wel... frappant veel zelfs... behalve dat Min... dat juffrouw Jaspar veel knapper is, veel vrouwelijker... dit is weer zoo'n halve jongen ..."

Mevrouw Smit bestreed hem met eenige heftigheid. „Maar meneer, hoe kunt u het toch beweren! Ik ken ze toch allebei."

Sluiten