Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De koelie staarde onverschillig voor zich uit Joop keek een oogenblik op hem neer. Hij was nog heel jong, bijna een kind.

„Is je naam Toekimin?...."

De koelie knikte, met neergeslagen oogen.

„Antwoord I!" snauwde de mandoer.

Onder Toekirniu's neergeslagen oogleden glipte een zijdelingsche blik naar Kassan en glipte weer terug onder de bedekking der oogleden.

„Is je naam Toekimin?" herhaalde Joop.

„Saja, toewan."

„Wil je werken of niet?"

De koelie zweeg.

„Antwoord!" snauwde weer de mandoer.

En weer gleed onder de neergeslagen oogleden diezelfde blik vol haat naar den mandoer, en weer terug.... een blik, als een snelle, puntige slangetong.

„Wil je werken of niet?" herhaalde joop weer.

„Ik wil niet werken!"

„Waarom wil je niet werken ?"

De koelie zweeg.

„Antwoord!!" snauwde de mandoer.

Tcteldmin hield de oogen neergeslagen. Hij had zijn sarong wat laten zakken. Daardoor was. één arm vrijgekomen. Hij teekende met zijn wijsvinger figuren in het zand.

„Waarom wil je niet werken, Tc>eldrnin-? "

Toekimin bleef zwijgen. De mandoer, in wien een wilde drift begon te koken, deed een stap naar hem toe, maar Joop hield Kassan met een handbeweging terug.

„Je weet, dat je werken móet je hebt contract geteekend. Alle contractanten werken Je hebt geen recht

om te weigeren Als je ziek bent, kun je een dag rusten...

Maar als je alleen maar weigert om te werken, dan moet ik je naar de rechter opzenden."

Het bleef stil. Alleen de vrouw, op den drempel, riep iets naar een van de pondok koelie's.

„Diam, loe! kerbö! "*) Kassan bekeek baar

dreigend. De vrouw zag met open mond naar hem op.

„Zie je niet, dat mijnheer hier te doen heeft?"

De vrouw lachte stompzinnig, boog zich over het hoofd van haar kind en luisde verder. •) Zwijg jij, karbouw.

Sluiten