Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar zoon, — te beurt valt. Zij haakt ernaar en tegelijkertijd wijst zij alle eerbetoon Wasi-onverschillig en bijna boos af. Zij schrijft Juan Manuel een brief vol van de bitterste verwijten.

Rosas antwoordt met hartstochteüjke brieven, die men eerder in de dagen van Liniers zou verwacht hebben dan thans. Hij roept God tot getuige van zijn haat tegen de oorlogen, hij bezweert dona Agustina zijn kinderliefde en laat zijn vader weten: „Juan Manuel de Rosas die moed voor veel bezit, heeft het aan moed ontbroken voor een persoonlijk afscheid."

Het is een verdachte heftigheid waarmee hij zich verontschuldigt. Hij wil daarmee tegenover zichzelf evenzeer als tegenover alle anderen verbergen dat de familiebanden hem weinig meer kunnen schelen; dat hij voortaan meegesleurd wordt door die tomeloze hartstocht die politieke eerzucht genoemd wordt. Hij heeft de eerste zetten van een meeslepend schaakspel geleerd, en van dit moment af bestaat niets anders meer voor hem; hij wil spelen en blijven spelen, en het is hem een zeer bizonder spel geworden, want hij heeft zijn ganse leven daarbij ingezet.

Zeker, binnenkort komt misschien de bezinning. Maar het is nog niet zo ver.

Rosas wacht af. Gevolmachtigden van Buenos Aires zijn bezig te onderhandelen met López, de federalistische goeverneur van Santa Fé. Men schiet niet op, want López is onvermurwbaar in een van zijn eisen: hij vordert een grote schadeloosstelling in vee, die men hem niet wil toestaan, daar de portenos een dergelijk tribuut vernederend vinden.

Sluiten