Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en roept: „Bonjour, serafijns hoertje", tegen de meisjes van lichte zeden die voorbijgaan. Het aantal jonge maagdekens dat onder de toog verleid wordt, is legio. En om hieraan paal en perk te stellen, laat Juan Manuel de pastoor Gutiérrez gevangennemen, die een openbare verhouding heeft met zijn mooie buurvrouw Camüa O'Gorman.

Hij baalt zijn schouders op over het kanoniek recht; het feit dat Camila zwanger is, vindt hij een reden te meer om streng te zijn; het feit dat ze een buitenlandse is, en er dus verwikkelingen kunnen ontstaan, laat hem ditmaal koud. De priester en zijn minnares worden beiden gefusilleerd, en opnieuw staat de stad perplex. Juan Manuel weet altijd weer zichzelf te overtroeven.

En aangemoedigd door zulk een voorbeeld, wordt de Mazorca met de dag driester. Wie zich op een modieuze wijze kleedt, is Unitariër. Wie een rondgeknipte baard, in U-vorm draagt, is vanzelf Unitariër. Wie blauwgelakte meubels heeft, is Unitariër. Wie blauw eetgerei gebruikt, is een verschrikkelijke Unitariër. De Mazorca dringt de huizen binnen, en slaat alles wat blauw is, kort en klein. Slechts dat wat men inderhaast rood geverfd heeft, is taboe voor hun handen.

Rosas stelt ook zijn eigen wet tegen de confiscaties buiten werking, voor zover het „de wilde, smerige Unitariërs" betreft. Nu zijn onteigeningen aan de orde van de dag, en daarmee worden vooral de vrouwen gestraft, die men toch bever niet onthalst, en hoogstens kan kastijden met de bullepees. De in beslag genomen huizen en sieraden worden dan kwistig verdeeld onder

Sluiten