Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarmee de goden plotseling de helden slaan, wanneer het uur van ondergang daar is . . .

Ach neen, Juan Manuel speelt. Wat is het alles waard? Hij handelt als een echte soldatenkeizer, hij Is er, zal er zijn, zolang zijn krijgers nog in hem geloven. Een sergeant-majoor komt hem melden dat er in zijn gelederen twee gebroeders zijn die de naam van Urquiza dragen. Twee trouwe federale soldaten met de familienaam van een verkochte, krankzinnige unitarische verrader! Het staatshoofd bedenkt zich geen ogenblik. De gebroeders worden meteen herdoopt, en voor alle zekerheid schenkt hij hun zijn eigen naam. Voortaan heten ze Rosas, en Manuebta is hun peettante bij deze plechtigheid. Het leger is één met hem, hij is één met het leger. Nog altijd de aanvoerder der gauchos, de oude caudiho die aüeen terwille van gewichtiger staatszaken het bevel over hen aan andere generaals overlaat.

En al zijn de banden die hem met zijn soldaten verbinden nog zo elastisch, ze laten nooit los. Dat ondervindt zelfs Urquiza, die op lang niet al zijn officieren rekenen kan, en nog veel minder op al zijn soldaten.

Op zijn doortocht door Santa Fé had hij een divisie van vijfhonderd man bij zijn leger ingelijfd, soldaten die het laatst onder Oribe gediend hadden, maar reeds meer dan vijftien jaren aan de kant van Rosas hadden gevochten, de tochten tegen de indianen hadden meegemaakt, Lavalle achtervolgd, Buenos Aires ingenomen ... Nu wilde men dat zij plotseling tégen Juan Manuel gingen strijden, alsof ze zomaar gewone huurlingen waren. En dat niet alleen, zij kwamen onder

Sluiten