Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVII

De volgende morgen is Alice weer vroeg op, verschijnt in kimono in de gang en draait niet zonder zelfbewustzijn het slot van Charlotte's kamer open, waartoe op dit oogenblik alleen %ij toegang heeft.

„Goeie morgen, m'n hef je! Je ziet 'r heerhjk uitgeslapen uit!"

Zijzelf trouwens ook, maar ze wil het geen woord hebben en verzekert Charlotte, dat ze de heele nacht wakker heeft gelegen om te luisteren wat er gebeuren zou. En jawel, prompt twee uur was signor' Alfredo thuis gekomen, had voor Charlotte's goedgesloten deur gestaan en van: per Bacco! gevloekt. Hij had 's moeten weten, dat Ahce de sleutel onder haar hoofdkussen verborgen hield! En och, wat heeft hij 'n spektakel gemaakt toen hij daar op z'n kamer die brief vond!

Die brief, en dan natuurlijk z'n amberketting. Ja. En ook de jarretelles.

Terwijl Ahce helpt om het toiletkoffertje te pakken (laat mij dat nou 's netjes voor je doen, m'n schat) komt madame Paparigopulos het ontbijt brengen en vragen, of er al 'n rijtuig gehaald moet worden. - Daarvoor is 't nog wel wat vroeg, - maar kan er over drie kwartier 'n rijtuig zijn? — Ja zeker, meneer Paparigopulos zal er zelf even een gaan halen; hij staat zich te scheren; Chadidscha is naar de markt.

„U moet me ook nog vertellen wat ik schuldig ben!"

Madame Paparigopulos noemt 'n bedrag, zoo laag, dat Charlotte er tegen protesteert.

„Nee, nee, heusch, dat is ook de prijs, die de anderen betalen. De prijzen zijn hier op de maand berekend, - met u is het 'n uitzondering geweest."

Geen praatjes!" hakt Ahce af. Ze straalt. Waar zij Charlotte gebracht heeft, is het goed en niet duur geweest. En dan ook nog te bedenken, dat er acht eieren in de macaronikoek waren!

Charlotte wil Chadidscha tenminste 'n goede fooi geven. Neen, dat mag ook met, want dat is in het pension van madame Paparigopulos de gewoonte niet. Al mooi genoeg, dat de juffrouw haar 'n fleschje parfum gegeven heeft. En

Sluiten