Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tie, doe wat in m'n schoentje'', „Zie, de maan schijnt door de boomen", „Daarginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan"...

Neen, Charlotte zou de heele Sinterklaas werkelijk vergeten hebben. De kaptein is beter Hollander dan zij: bij heeft er aan gedacht 1

Ja, maar dat heeft z'n reden. Er zijn twee Sinterklaaskisten aan boord: een voor de bemanning en een voor de heeren. Die voor de matrozen en stokers komt van 'n vereeniging in Amsterdam, die zich het lot der zeevarenden aantrekt en aan elk HoÜandsch schip, dat met Kerstmis op zee is, 'n kist meegeeft. Nu zullen ze deze keer, als er niets bizonders gebeurt, juist vóór Kerstmis thuis zijn; dat treft zoo mooi als 't maar kan: met Kerstmis en - wie weet! misschien met Oud-en-Nieuw ook nog thuis (de kaptein zegt nu niet meer: achter Bornholm, maar Charlotte moet er toch heimeUjk aan denken). Goed, omdat de Medusa dus met Kerstmis wel in Amsterdam zal zijn en al 't volk dan verspreid is, dacht de kaptein de kist nou maar open te breken. De andere kist kwam van z'n vrouw; dat had ze in 't eerste jaar van hun trouwen gedaan, en nou zag ze zelf wel in, dat ze er daarmee voor goed aan vast zat. Ze had 'r elk jaar weer dezelfde aardigheid in. Er zat voor alle officieren en machinisten 'n nesterijtje in; ook Gerrit en de hofmeester waren nog bedacht. Daar waren gedichtjes bij in, - dus dat was wel in orde. Maar nou de andere kist. 't Was mooi genoeg, dat die vereeniging de cadeautjes kocht; je kon niet verlangen, dat die dames óók nog voor de paar honderd schepen, die met Kerstmis op zee zwalken, aan 't dichten zouden gaan. En kijk, - daar wou de kaptein nou maar op komen; 't hoefden natuurlijk geen ellenlange verzen te zijn; de man 'n paar regels, dat was voldoende...

Charlotte moet dichten. De kaptein ziet 'n dichteres in haar. Dichten is voor hem iets wat elke vrouw kan, zéker onder de inspiratie van de goede Sint.

De lastige opgave kittelt Charlotte. Als ze nu maar wat bizonderheden kende... - O, dat kwam in orde! Hier had ze vast de hjst met alle namen; 't waren er niet zooveel: zestien stuks, niet meer.

Zestien gedichten moet Charlotte voor zonsondergang

Sluiten