Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dam, vrachtboek ingevuld. Geen malheur. J. H. Cabauw. f

Ze zitten al klaar op kisten en pakken. Partners en Meders en Elamieten.... Joden en Jodengenooten. Maar niet veel goeds dat ziet Jas al aan den buitenkant. Veel leven, veel druktes; volk dat bang is voor 't water. Rotterdammers, die wel schipperspetten dragen, maar al zeeziek worden, als ze van den wal af naar een zeeboot kijken, draaiorgelvolk en ander gespuis van de logementen, een slangendame, zingende meiden, 't vlooientheater — „hela! je menagerie dicht houden, stuk mirakel!" — harmonicaspelers en wat verder de pot schaft. Maar niet veel goeds, dat niet. Er is ook hoornvee van allerhande soort en kwaliteit. D'r is er bij, dat Napoleon nog moet gekend hebben. Wie 't lust, die lust het. Half drie is het ruim, als hij de schotten van de loopplank laat sjorren. De touwen los: „Achtertros vast!" Het telegraaf-signaal kort en helder... en achteruit pledderend, komt voor de tweede maal dien Maandag de Maasstroom IX op zijn staart te zijn. Als een platte grijze vogel van de rivieren scheert het stoombootje weg, nèt zoo'n kanonneerschuit van de Marine. De lucht is mokkig grauw, het water is grauw, het stoombootje grauw; maar binnenin, daar laait het vuur van Kees met zijn maatje en in de kajuit zit al het saamgeveegde onkruid van en rond Rotterdam bijeen. AUe patrijzen dicht (het mocht eens wat minder stinken) zoo zitten ze bij elkaar, die elkaar kennen, die elkaar te goed kennen, die elkaar niet willen kennen en de vreemdelingen.

Want die elkare kennen, dat zijn nog allegaar geen vrinden. Bij lange niet. Je moet den vroobjke keuken eens vragen, wat hij denkt van 't vlooientheater, waarmee bij naaste jaar op

Sluiten