Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en niet om weg te geven. Dat is tegen mijn standpunt in. Be doe niet meê."

„Dan ben jij, wat mijn betreft, een echte verdommeling!*» riep Bartje mjkehjkhuizen daartusschen. „Wel vreten en zuipen van wat de schipper heeft meegebracht!'*

„Daar ga je al met je mooie vriendschap. Nog vóór we de loopplank over zijn, scheldt je mijn uit, omdat ik nou eenmaal ben, zooals ik ben. En nou zal ik je meteen zeggen... de schipper kan van mijn aUeenig een kistje sigaren bekommen, dat niet, maar 'k wou jou even laten zien, hoe diep die vrindschap hier in de kajuit al ingeroest zit. En heb je 't nou zèB: gezien? Kom op. Hier is mijn hoed. Gaat er maar mee rond. Of zal ik het doen? 't Gaat om de sigaren voor den schipper."

De schiettent vatte Chef zijn hoed af. „Ik zal dien rondgang wel maken, mooie jongen. „Gooi maar in." En Jochem offerde en zijn maat offerde ook. Er twinkelde geld van alle kanten en toen een elk had meegedaan, toen konden ze ruim twee van die kistjes er voor koopen. „En dat doen we ook!" werd geroepen en meteen besloten. „Dan hebben de andere varensgezeUen ook wat te rooken en zeker Kees den Droes, die meegeweest is."

Op dat oogenblik kwam, alsof hij een pop uit het janklaassenspul was die je aan een touwtje maar naar je toe kon trekken, schipper Jas naar beneê om nog even wat te buurten, voor het volk weer op het strooi zou worden te slapen gelegd. Ze boden hem, lomp maar hartelijk bedoeld, het geschenk aan. Maar Jas trok z'n lippen samen en schudde beraden met zijn kop.

„Niks daarvan, menschen! Daar komt niks van in huis! De reederij betaalt mijn loon en daarmee is alles uit. En schoon uit! Ik vind het verdomd aardig van juUie, maar een kaptein

Sluiten