Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Nederlanden! — en meer dan twintig man stak zijn hand uit, en bekwam een sigaar. Er was niet een bij, met zeegras gestopt.

„En nu hebben jullie het toch allemaal met je bloedeigen oogen gezien, en als er nóg meer getuigen willen aantreden, laan ze komen; die boer die liegt! — Dat kostte me nog vijf en twintig sigaren uit het kistje van „Jenny Lind".

„En jullie hebben gehoord, dat hij tien gulden heeft tot premie gesteld en nou vraag ik me af, als vrij burger van het Koninkrijk der Nederlanden, en ik vraag dat met de hand op de Grondwet... waar blijven mijn tien guldens?

„Betalen! Hij moet betalen! Eerlijk is eerlijk! De koopman heit recht! —-

„Nou... bij betaalde. Niet zoomaar uit eigen verkiezing, maar omdat ze 'm anders met een kleine duizend man onder den voet hadden geloopen. Hij huilde omtrent, maar hij betaalde. En toen hij betaald had, toen gaf hij ineens een grooten schreeuw. Dat was werk van juffrouw Naatje; overigens een heel zachtzinnig mensch naar haar soort. Ze had twee muizenvalletjes gespannen en die, met een tik van haar nagels laten toeklappen, met Johannes Griffioen z'n ooren er tusschen. Brullend als de beer die op honing uit was en in den boom geklemd raakte, is hij de markt afgedraafd. De muizenvalletjes had hij mee.

„En wat denk je toen?

„Was juffrouw Naatje toen te vree? Nog niet. Toen wou ze, en wie 't niet gelooven wil die laat het, toen wou ze dat ik

haar die twee muizenvalletjes zou vergoeden. — Naatje

zei ik... maar één heb Be er toch eerlijk verdiend, want ik heb het dien boer toch betaald gezet, dat bij jou rotte appeltjes heeft afgeleverd. En met die eene is hij op den loop. Stoombootje j|

Sluiten